de Franckens
Cornelis
1545-?

De familie Francken kende over vijf generaties niet minder dan 14 schilders en speelde vanaf de late 16e tot de vroege 18e eeuw een belangrijke rol in de Antwerpse kunstwereld. In de hoogda­gen van de derde generatie, met als belangrijste figuur Frans Francken II, was de naam Francken uit­ge­groeid tot een alom gekend kwaliteitslabel. Hun gezamenlijke productie was enorm en bedraagt vele honderden schilderijen, die heden ten dage in musea over de ganse wereld worden tentoon­ge­steld. Slechts weinig schildersdynastieën overspannen, zoals de Franckens, een periode van bijna twee eeuwen en brengen in hun werk een dusdanige verscheidenheid in stijlen en thema's.

De bovenstaande stamboom toont de vershillende schilders uit de Franckendynastie.
Klik op een naam voor meer informatie

Nicolaas Francken (ca. 1520-1596)

Over de stamvader van de Franckendynastie is weinig geweten. Nicolaas Francken was een onbekende, maar niet onbemiddelde, schilder uit Herentals. Voor zover bekend zijn er geen schilderijen van hem bewaard gebleven. Hij was wellicht de eerste leermeester van zijn zonen Hiëronymus, Frans en Ambrosius. Zijn belangrijkste verdienste is evenwel dat hij hen, na deze basisopleiding, allemaal in de leer liet gaan bij de beroemde Antwerpse schilder Frans Floris, die vooral gekend was voor zijn historische taferelen en portretten.

Hiëronymus Francken (1540 - 1610)

Hiëronymus Francken - Zelfportret

Hiëronymus werd geboren in Herentals. Na zijn opleiding bij zijn vader en bij Frans Floris in Antwerpen, trok hij naar Frankrijk, waar hij hij in dienst werd genomen voor het decoreren van het kasteel van Fontainebleau. In 1570 werd hij meester in Parijs en in 1572 werd hij Frans staatsburger. Aanvankelijk keerde hij nog regelmatig terug naar Antwerpen, waar hij bijvoorbeeld in 1571 samenwerkte met zijn broer Frans aan een groot drieluik "De aanbidding van de wijzen". Vanaf 1578 tot zijn dood woonde hij in Parijs en Fontaine­bleau. In 1594 werd hij benoemd tot hofschilder aan het Franse hof, waar hij onder verschillende koningen diende en in 1607 werd hij in de adelstand verheven en mocht hij zichzelf 'noble homme, peintre du roy' noemen. Waarschijnlijk had hij ook een bijverdienste als kunsthandelaar.

Hiëronymus schilderde religieuze werken, die volledig in lijn waren met de 16e eeuwse smaak. Met zijn schilderijen van groepen dansers en muzikanten aan het hof was hij een voorloper op de ontwikkeling van dit genre in de 17e eeuw, met name in het werk van zijn neef Frans Francken II. Hij schilderde ook portretten, waaronder een zelfportret dat bewaard is gebleven. Zijn schilderijen zijn in een elegante, maniëristische stijl en verenigen elementen van de Antwerpse, de Italiaanse en Franse stijl, waarbij de invloed van Fontainebleau het meest uitge­spro­ken is. Hij stond ook bekend omwille van zijn anatomische tekeningen.

Frans Francken I (ca. 1542 - 1616)

Frans Francken I
atelier van Pieter Paul Rubens

Frans Francken I was één van de meest vooraanstaande schil­ders in Antwerpen tijdens de Contrareformatie. Hij werd geboren in Herentals, volgde zijn basisopleiding waarschijnlijk bij zijn vader en vervolmaakte zich later bij Frans Floris in Antwerpen. In 1567 werd hij meester in de Antwerpse Sint-Lucasgilde en in 1584/1585 was hij deken. Het feit dat hij in zijn 50-jarige loopbaan slechts 32 werken schilderde, voedt het vermoeden dat hij ook als kunsthandelaar actief was.

Frans Francken was geen trendsetter, maar hij kon zich goed schik­ken naar de soms veeleisende vragen van zijn opdracht­gevers in tijden van economische, politieke en religieuze omwen­telingen. Hij zette lange tijd de maniëristische stijl van zijn leermeester Frans Floris verder, maar na 1600 ontwikkelde hij een eigen stijl met meer classicistische kenmerken. Vanaf 1570 schildert hij een hele reeks altaar­stukken op groot for­maat voor Antwerpse en Gentse religieuze ordes, voor gildes en voor hoogalta­ren. Als gevolg van de beel­denstorm van de Calvinisten was daarnaar een grote vraag. Zijn meesterwerk is de triptiek "Christus onder de schrift­geleerden", gemaakt voor de kathedraal van Antwerpen in 1587. Hij werd ook bekend om zijn allegorische schilderijen zoals "De strijd van de Tijd tegen de Dood", een traditie die zijn zoon Frans (II) zou verderzetten. Hij was een goede portretschilder en werd zelf ook vaak geportretteerd door zijn tijdgenoten.

Ambrosius Francken I (1544 - 1618)

Ambrosius Francken werd geboren in Herentals, leerde zoals zijn broers het vak bij zijn vader en bij Frans Floris in Antwerpen. In 1569 was hij in dienst van de bisschop van Doornik en in 1570 verbleef hij in Fontainebleau, waarna hij terugkeerde naar Antwerpen. Hier werd hij in 1573 mees­ter in het Sint-Lucasgilde en in 1577 kocht hij het Antwerps burgerrecht. In 1581 werd hij vice-deken en in 1582 deken van de gilde. In 1577 huwde hij de weduwe van een steenhandelaar, waarna hij zelf ook actief werd als handelaar in stenen en kalk. Na haar dood trouwde hij in 1583 opnieuw met een welstellende weduwe. Zijn twee huwelijken bleven kinderloos, maar hij adop­teerde wel de kinderen Hans en Antoinette van zijn overleden broer Cornelis. Hij was de leermeester van zijn neef Hiëronymus Francken II.

Vóór 1585 maakte Ambrosius vooral tekeningen. Hij werkte onder meer mee aan de één van de meest prestigieuze drukprojecten van zijn tijd, een geïllustreerde bijbel, waarvoor hij meer dan 30 tekeningen maakte. Na 1585 schildert hij vooral grote altaarstukken zoals Het mirakel van de bro­den en de vissen voor de Antwerpse kathedraal en Het martelaarschap van Sint-Jacob voor de Sint-Jacobskerk. Net zoals zijn broers nam Ambrosius de uit Venetië afkomstige maniëristische stijl van Frans Floris en Marten de Vos over. Zijn werken worden gekenmerkt door composities vol drama met gespierde figuren gebaseerd op klassieke prototypes, met weelderig gedrapeerde gewa­den, levendige kleuren en opvallende contrasten. Zijn enorme altaarstukken hadden een belangrijke invloed op de kerkelijke smaak. De grote hoeveelheid werken die van hem bewaard zijn gebleven, getuigen van zijn populariteit, waardoor hij ook een aanzienlijke invloed had op zijn tijdgenoten.

Cornelis Francken (1545 - ?)
Isabella Francken

Isabella was de dochter van Hiëronymus Francken I. Over haar leven is vrijwel niets bekend. Ze was als schilder actief in de eerste helft van de 17e eeuw en er zijn momenteel slechts twee werken die aan Isabella Francken worden toegeschreven: De kruisweg en Heksentafereel, beide uitgevoerd met olieverf op koper.

Thomas Francken (1575 - na 1639)

Thomas was de eerste zoon van Frans Francken I en Elisabeth Mertens. Na zijn opleiding bij zijn vader, trok hij in 1597 naar Saint-Omer in Frans Vlaanderen. In 1600 werd hij meester in Antwer­pen, waar hij ongeveer 10 jaar lang actief was als schilder. Als oudste van een nieuwe generatie Franckens nam hij vanaf ongeveer 1615 de administratieve leiding van de familiezaken op zich. Hij verzorgde de administratie voor zijn broers en functioneerde als voogd voor alle minderjarige kin­deren in de familie. Zelf had hij minstens 7 kinderen, maar geen van hen zou kunstenaar worden.

Hoewel verschillende bronnen er op duiden dat hij een redelijk uitgebreid oeuvre heeft gehad, zijn er vandaag de dag geen werken die met zekerheid aan hem kunnen worden toegeschreven.

Hiëronymus Francken II (1578 - 1623)

Hiëronymus kreeg zijn eerste onderricht van zijn vader en werd in 1605 leerjongen bij zijn oom Ambrosius Francken I. In 1607 werd hij meester van de Antwerpse Sint-Lucasgilde. In 1609 verbleef hij enige tijd in Parijs, waar hij mogelijk studeerde bij zijn oom Hieronymus Francken I. Na zijn terugkeer bleef hij in Antwerpen, waar hij als vrijgezel bleef wonen in het huis van zijn vader.

Hiëronymus was een veelzijdig artiest en beoefende verschillende genres. Hij schilderde kunstkamers, elegante danstaferelen, historische taferelen, singeries (taferelen met apen), allegorische schilderijen en stillevens. Typisch voor zijn werk is het gebruik van brede penseelstreken en aardkleuren.

Frans Francken II (1581 - 1642)

Frans Francken II
Anthony van Dyck

Frans Francken II was de derde zoon van Frans Francken I. Hij is de meest gerenommeerde van alle Franckens. Hij leerde het vak bij zijn vader en werd in 1605 meester bij de Antwerp­se Sint-Lucasgilde, waarvan hij in 1615 ook deken werd.

Een uitgebreide catalogus van zijn werk, die in 1989 werd gepubli­ceerd, telt 486 werken, waarvan de helft religieus is. Een kwart bestaat uit mythologische, allegorische en historische thema's. Zijn schilderijen zijn meestal van een klein formaat. Deze decoratie­ve kabinetstukken waren erg populair bij de burgerij in het begin van de 17e eeuw. Daarnaast voegde hij een aantal nieuwe onderwerpen toe aan de Vlaamse schilderkunst, zoals genrestukken bevolkt door apen (singeries) en galerij- of kunstkamerschilderijen. In zijn latere leven schilderde hij ook grote altaarstukken.

Frans Francken kon een oeuvre van een dergelijke omvang onmogelijk produceren zonder de hulp van andere schilders, waaronder wellicht zijn broers en zonen. Zijn werken worden dan ook vaak toegeschreven aan of gelabeld met atelier van, omgeving van of school van Frans Francken II.

Ambrosius Francken II (1590 - 1632)

Over Ambrosius Francken II is weinig bekend. Hij kreeg zijn opleiding van zijn vader en imiteerde diens stijl. In 1624 werd hij lid van de Sint-Lucasgilde.

Er zijn niet zoveel werken van hem bewaard gebleven. In inventarissen worden echter tientallen schilderijen van hem vermeld, vaak met als thema de aanbidding van de wijzen of herders, Sint-Anna en de prediking van Johannes de Doper. Van "De dood van Sapphira", een thema dat erg populair was rond 1620, bestaan momenteel nog 3 verschillende versies.

Hans Francken (1581 - 1624)

Na de dood van zijn vader werd Hans Francken samen met zijn oudere zuster opgevoed door zijn oom Ambrosius (I) en heeft ook bij hem zijn opleiding tot schilder gevolgd. Hij heeft een tijdje in Parijs gewoond, maar keerde terug naar Antwerpen en werd daar een vrije meester in 1611.

Over zijn werken is weinig bekend.

Frans Francken III 1607-1667

Frans Francken III was het meest bekende lid van de vierde generatie Franckens. Hij werd meester in de Sint-Lucasgilde in 1639 en werd deken in 1656. Hij was minder getalenteerd en minder succesvol dan zijn vader en moest in 1656 het huis dat hij van zijn vader had geërfd verkopen en op kamers gaan wonen.

Zijn bijdrage bestaat hoofdzakelijk in het toevoegen van menselijke figuren aan architecturale wer­ken en landschappen van andere schilders. Zelf schilderde hij vooral genrestukken en portretten in de stijl van zijn vader, maar met minder nauwgezetheid. Ook in zijn historische schilderijen op klein formaat volgt hij de stijl van zijn vader, terwijl hier echter ook een invloed van Rubens zichtbaar is. Daarom werd Frans Francken III soms ook wel de "Rubensschen Francken" genoemd.

Hiëronymus Francken III 1611-1671

Over Hieronymus III is weinig bekend en geen enkel werk van zijn hand is momenteel nog bekend.

Ambrosius Francken III 1622-1662

Ambrosius Francken III werd een vrije meester in 1644. Werken van hem worden regelmatig genoemd in geschriften van die tijd, maar momenteel is er geen enkel nog bestaand schilderij dat nog aan hem kan worden toegeschreven.

Constantijn Francken 1661-1717

Constantijn was de zoon van Hiëronymus Francken III, die echter stierf voordat hij zijn zoon kon leren schilderen. Het is niet geweten wie zijn leermeester was, maar Constantijn beweerde zelf dat hij 15 jaar in Parijs had doorgebracht, waar hij mogelijk gewerkt heeft voor Lodewijk XIV, voor hij lid werd van de Antwerpse Sint-Lucasgilde in 1694. Na jaren van familiale geschillen en rechtsza­ken en door zijn onzorgvuldige uitgaven stierf hij in 1717 als een verarmde artiest, overladen met schulden.

Hoewel hij vrijgesteld geweest was voor militaire dienst, is Constantijn Francken vooral bekend voor zijn landschappen met soldaten.